De Theorie

De theorie van Adler

Rond 1900 was Adler arts met een algemene praktijk. In die tijd hielden de meeste artsen en andere mensen er dualistische ideeën op na met betrekking tot lichaam versus geest en rede versus emotie. Adler kwam in die tijd echter tot het vermoeden dat zwakte in de organen van het lichaam (hij noemde dit “orgaanminderwaardigheid”) in vele gevallen een psychologische betekenis had. In 1902 sloot hij zich aan bij de psychoanalytische groep van Freud. In de jaren daarna raakte hij steeds meer geïnteresseerd in psychologische processen.

Een aantal jaren was Adler actief lid van de groep van Freud. Al spoedig ontwikkelde hij ideeën over de aard van de menselijke motivatie en het menselijk gedrag die sterk verschilden van Freuds ideeën. In 1911 verliet hij de groep van Freud en tussen 1911 en 1914 verdiepte hij zijn denkrichting, die hij Individualpsychologie noemde. Tegen 1920 had Adler zijn gedachtegoed systematisch uitgewerkt en praktische toepassingen geformuleerd die mensen uit alle lagen van de bevolking tot steun waren. Hij stond in hoog aanzien als psychiater en kindertherapeut. Tot zijn dood in 1937 ging hij door met het ontwikkelen van zijn theorie en het uitbreiden van zijn professionele invloed.

Adlers Individualpsychologie is een persoonlijkheidstheorie die sociaalpsychologisch, ontwikkelingsgericht en cognitief van aard is. Vanaf het begin had de theorie unieke, fundamentele concepten. In het begin van de vorige eeuw toen Adler arts was en lichamelijk zieke patiënten behandelde, ontwikkelde hij een psychologische theorie gebaseerd op orgaanminderwaardigheid. Een bredere theorie, ontwikkeld tussen 1910 en 1920, richtte zich op persoonlijkheids- en kind ontwikkeling; en op de diverse manieren waarop het individu er naar streeft gevoelens van minderwaardigheid te overwinnen. Vanaf eind jaren ’20 tot 1937 richtte hij zich op de fundamentele behoefte van ieder mens te willen behoren tot de menselijke gemeenschap en te voelen dat hij daarin een plaats heeft. Hij stelde dat ieder individu ernaar streeft een bijdrage te leveren, terwijl de samenleving als geheel streeft van een minus naar een plus en naar een ideaal van volmaaktheid. Een naar boven gericht streven is kenmerkend voor de groep. Een inherent vermogen van alle individuen is juist een horizontaal streven gebaseerd op gelijkwaardigheid en samenwerking. Wanneer een mens het gevoel heeft dat hij geen plaats heeft en geen bijdrage kan leveren, zal hij op grond van een misplaatste overtuiging gevoelens van minderwaardigheid trachten te overwinnen door een streven naar superioriteit. De naam Individualpsychologie heeft betrekking op het ondeelbare; de eenheid van iedere persoon. Ieder mens is een “individuum” dat als een geheel functioneert. De naamgeving van Adlers psychologie had niet de bedoeling een tegenstelling te creëren met sociale processen en sociale psychologie; en ook niet om het individu tegenover de maatschappij te plaatsen. Adler omarmde juist de onderlinge afhankelijkheid tussen persoon en maatschappij.
De naam had de bedoeling de aandacht te vestigen op de ondeelbare eenheid van het individu in een tijd dat anderen – met name Freud – een verdeelde persoonlijkheid benadrukten. Daarbij werd aangenomen dat delen van de persoon met elkaar in een innerlijke strijd binnen het individu gewikkeld waren. Voor Adler bestond de persoon niet uit gescheiden onderdelen. Het is veeleer zo dat de persoon als geheel zich op de buitenwereld oriënteert. De nadruk op holisme in de Individualpsychologie is een fundamenteel deel van de theorie.

De eenheid van de persoonlijkheid werd levensstijl genoemd. Dit is een vakterm die weergeeft dat elk mens een eenduidige en unieke richting in het leven zoekt. Levensstijl zoals beschreven door Adler mag niet worden verward met het alledaags gebruik van die term. Dat geeft namelijk een manier van leven aan (levensstijl) die verandert al naar gelang de tijd en de omstandigheden. Die interpretatie van de term weerspiegelt een tamelijk oppervlakkige en gedragsmatige wijze van omgaan met de omgeving, hetgeen juist het tegenovergestelde is van wat Adler ermee bedoelde. Hij bedoelde er de lange termijn oriëntatie van de mens tijdens zijn leven mee. Levensstijl heeft betrekking op de opvattingen die iemand ten diepste heeft over zichzelf, anderen en het eigen levensdoel.

Het concept van holisme en eenheid van persoonlijkheid geeft een fundamenteel principe van de Individualpsychologie weer. 
Een tweede belangrijk beginsel is dat elk menselijk gedrag doelgericht is en de betekenis van iemands gedrag alleen maar kan worden begrepen als de doelen van de betreffende persoon bekend zijn.
Adlers doeloriëntatie is belangrijk om drie redenen. Eén is dat doelen constructies zijn die de mens zelf creëert. Een doel is een subjectieve aangelegenheid en Adlers theorie richt zich op subjectieve processen. Ten tweede is een doel een cognitief gebeuren, waarin ieder keuzes maakt en beslissingen neemt. Adlers theorie richt zich op zelfbepaling. Volgens Adler is deze psychologische bepaling niet gebaseerd op historische gebeurtenissen in het leven van de persoon, maar op de keuzen en beslissingen van de persoon bij het uitzetten van zijn koers naar toekomstige resultaten. Ook geeft de toekomstgerichte oriëntatie van Adlers theorie optimisme aan, die is inherent is aan deze theorie.
Het gezichtspunt dat gedrag wordt bepaald door doelen is de basis voor therapie en rehabilitatie. Het geeft mogelijkheid voor verandering: men kan de geschiedenis niet veranderen, maar men kan wel iemands bedoelingen veranderen.

De term teleologisch benadrukt de doelgerichtheid van Adlers theorie. In de 19e eeuw had het woord “teleologisch’ een religieuze betekenis, waarbij een ultieme bestemming een reeks gebeurtenissen bepaalde. Dat is niet wat Adler bedoelde en is ook niet een moderne interpretatie van het woord. Hij bedoelde “teleologisch” niet als mystiek, omdat het voor hem geen verwijzing inhoudt naar een ultieme werkelijkheid, maar duidt op het plan of doel dat een individu heeft gecreëerd.

Een derde principe is dat de mens bovenal een sociaal wezen is. Menselijke gedragingen kunnen alleen maar ten volle worden begrepen vanuit hun sociale betekenis. Het is deze sociale aard van de mens die de basis vormt voor “de behoefte erbij te horen”. Dit is door Adler Gemeinschaftsgefühl (Social Interest) genoemd.

Kortom: Adlers theorie is holistisch, teleologisch en sociaal. De vele originele ideeën van Adler over privé logica en gezond verstand, minderwaardigheidsgevoel, ontmoediging en bemoediging, gezinssamenstelling, de levenstaken sluiten naadloos aan bij deze drie fundamentele principes.